Geschiedenis van de vereniging

Van straatbende tot eredivisieclub

Een bijdrage van erelid Jo van Dam
(dit verhaal is gepubliceerd in een jubileum-uitgave van Argus in 1995; Argus vierde toen haar 40-jarig bestaan)

Volgens mijn herinnering is Argus een voorzetting van de door NEG-ers met medewerking van de heer G. Staalstra opgerichte vereniging Riposta, die ook al in competitieverband van de NTTB speelde. Voor een goed begrip: NEG betekent Nut en Genoegen en de naam Riposta is afgeleid van riposteren, een duur woord dat men in de woordenboeken kan vinden. NEG is destijds (19 oktober 1947) een initiatief geweest van mij en mijn vrienden Hero Wit, Gerrit en Siepko Brink en anderen. Bij de oprichting werd eerst nog de naam Vooruitgang gevoerd. De naam was waarschijnlijk gekozen als symbool van de naoorlogse periode en als geslaagde voortzetting van het clubje dat als straatbende al vanaf 1945 (vooral vanuit huize Van der Ark) opereerde.

Het tafeltennis in Harkstede is in feite gestart in de achterkamer ten huize van de familie Wit, het hoekpand tegenover het vroegere dorpshuis. Een hardboardplaat op de keukentafel en wij waren de koning te rijk. De werkelijke doorbraak kwam na een demonstratie van de NTTB in Harkstede waaraan o.m. de toenmalige legendarische Nederlandse kampioen Cor de Buy meewerkte. Die demonstratie deed ons beseffen dat we meer ruimte nodig hadden en dat er een toekomst open lag voor tafeltennis in Harkstede. En wat doe je als je geen ruimte hebt en geen geld om die te huren, terwijl de gevestigde orde het niet zo zag zitten? Hero Wit en ondergetekende hebben op een bepaald moment in het weekeinde bezit genomen van het toneel van het Dorpshuis en waren wellicht de eerste naoorlogse krakers van een openbaar gebouw. Dat werd echter al snel op grond van goed gedrag met medewerking van de heer Wit sr. (penningmeester van het Dorpshuis) gelegaliseerd. Die grote mate van zelfstandigheid heeft de club altijd gekenmerkt en werd vanwege onze resultaten door iedereen gerespecteerd. Ook door de toenmalige conciërge de heer Willem Weender, die een grote vriend van ons werd en fervent meedeed aan onze spelletjes op de clubavonden. En zo accepteerde een volwassene de regels die de jeugd stelde. Dat is voor ons wellicht de grootste overwinning geweest die we ooit hebben behaald.

Aanvankelijk werd ook daar nog gespeeld op hardboard. Maar al spoedig kregen we de beschikking over de gehele bovenzaal + toneel en toen kon het grote werk beginnen. In de grote zaal werden twee echte tafels (betaald door het Dorpshuisbestuur) neergezet en de overige activiteiten vonden plaats op het toneel. Zonder iemand tekort te willen doen kunnen als grote namen uit de eerste NEG-generatie naast Hero Wit en de gebroeders Brink worden genoemd Jan Harm Kloosterhuis als immer gestrenge penningmeester, Pieter Knollema Bzn., zoon van de vroegere wethouder, Jannes Nanninga en Willem Leugs, zoon van de winkelier. Tot de tweede generatie NEG-ers behoren o.a. Wim Meijer, later CvdK in Drenthe, Pieter Tepper, Hilbrand Lambeck, Jacob Huisman, Sjoerd Jan Kok, Roelof Jan Groenevelt, Jan Broeksema Azn. etc. De derde generatie werd gevormd door Wieger Schuur, Jan Veltman, Lammert Nieborg, Joop Broekema en vele anderen. Volgens mij waren er toen al meisjes in de groep zoals Fineke Hatzman, Kina de Vries en Annie Waijer.

Het is vooral die laatste groep geweest die bij NEG en later bij Argus grote successen heeft behaald. In de jeugdklassen wonnen ze bijna alle toernooien en in de seniorencompetitie hebben ze het tot de overgangsklasse gebracht. Vermoedelijk was dit ook de laatste NEG-lichting en is deze later gefuseerd met de inmiddels door Hero Wit en mij opgerichte vereniging Riposta, waarbij de naam Argus werd gekozen. Riposta kreeg bij de oprichting van de heer G. Staalstra een renteloos voorschot voor de aanschaf van twee tafels. Waarschijnlijk was dat in 1949 of 1950. We speelden daar op de bovenzaal en kwamen in de loop der tijd tot vijf tafels. Daar is bijna iedereen uit Harkstede en omstreken lid geweest. De NEG-ers die te groot werden voor het Dorpshuis kwamen min of meer automatisch naar de grote club. Bijna alle namen die hiervoor genoemd zijn kwam je daar tegen. Maar ook Jelle Berg, Jan Wiersma, Wim Cazemier en anderen. Mogelijk was dat mede te danken aan een grote damesgroep met namen als Jellie Broekema, Ina Zomerman, Zwanie Aalfs, Martha Veltman, Hennie leugs, Alie Fluks, Grietje Buurman, Ge Koopman (erelid), Lies Freije, Trijntje Knollema, Geke Bos, kortom alle plaatselijke schoonheden en later zelfs Plonie Venema uit Groningen (noordelijk kampioen bij de dames).

Er werden door Riposta bij Staalstra al grote jeugdtoernooien georganiseerd, waar zo’n 100 kinderen via de doorlopende herindeling de hele dag bezig werden gehouden. Dat was de opkomst van Wieger Schuur en consorten, die toen nog NEG-lid waren. NEG was onze kweekvijver voor nieuw talent. De club van Wieger c.s. werd in de weekenden in de grote beige witte Opel Kapitan geladen en zo reisden we alle toernooien af. De ouders gaven namelijk alleen toestemming als ondergetekende hoogstpersoonlijk verantwoordelijk kon worden gesteld. Soms ontsnapte het spul echter wel eens naar de Groninger kermis. Natuurlijk waren er dan meiden in het spel, maar uit overwegingen van privacy en gemoedsrust zal ik daar niet verder over uitweiden. Uiteindelijk kwam alles weer op zijn pootjes terecht.

Kenmerkend voor Argus is de grote schare supporters. Ook vroeger hadden we onder aanvoering van de heer Staalstra al een grote supportersgroep, die zich toen rond de stamtafel in het café verzamelde. De gezellige avonden rond die grote stamtafel zal niemand ooit vergeten. De heer Staalstra was een sociaalbewuste kroegbaas die er voor zorgde dat niemand iets tekort kwam, maar evenmin teveel kreeg. Hij kende zijn verantwoordelijkheid, daarbij ondersteund en soms aangespoord door zijn vrouw Roelie. Hij was voor ons een grote vriend waar we met respect tegenop keken en dat niet alleen in fysieke zin. Zijn vrouw Roelie heeft zich altijd afgevraagd waarom ik me zo druk maakte om Argus. Ik heb haar dat nooit kunnen vertellen, want ik wist het zelf ook niet. Maar in ieder geval werd ik op 23 oktober 1961 op 26-jarige leeftijd zo ongeveer het jongste erelid in de tafeltenniswereld, misschien wel van heel Nederland. Maar daarom was het niet begonnen en daarmee was het ook nog niet afgelopen. Argus is er in geslaagd om altijd mijn belangstelling te blijven boeien en de contacten zijn altijd blijven bestaan. Als ik het over mocht doen dan zou ik het weer zo doen. Ik heb er nooit één moment spijt van gehad.

Jo van Dam